|
De afgelopen jaren heeft de Surinaamse Baha'i gemeenschap goede
ervaringen opgedaan met jongeren die voor kortere of langere tijd
dienstbaar willen zijn. Jongeren van het Caraibische "Sparks of
Peace" project en "Year of service" jongeren uit
Barbados, Guyana, de Verenigde Staten en Suriname hebben tot nu toe
met veel inzet in Suriname geholpen met verschillende aktiviteiten.
Hoewel het bekend is, dat het vooral de JONGEREN zijn die de wereld
in beweging kunnen zetten, was toch de hulp van "oudere" pioniers en reizende
leraren uit o.a. de VS en Nederland erg welkom.
Hieronder volgt een verslag van Karlijn Habraken, die van oktober
2001 tot oktober 2002 een jaar van dienstbaarheid doet in Suriname.
Een
Year of Service in Suriname!
Sinds half oktober 2001 ben ik, Karlijn Habraken, voor een Jaar van
Dienstbaarheid naar Suriname gekomen. Toen ik nog in Nederland was
hoorde ik dat de bahá’ís van Suriname wel (een) jongere(n) konden
gebruiken om met name in het binnenland actief te zijn met
kinderklassen, leerkringen en de basisschool in Bofrokoele. Er waren
zojuist twee jongeren van het Sparks of Peace project (in Guyana)
dienstbaar geweest en nu was er behoefte aan opvolging! Ik was net
klaar met de opleiding tot leerkracht basisonderwijs en wilde graag
een jaar op vrijwillige basis in het onderwijs ervaring op doen. De
Nationale Geestelijke Raad van de bahá’ís van Suriname schreef
terug dat ze mijn capaciteiten graag zouden gebruiken voor de school
in Bofrokoele…
Ik ben kennis gaan maken met ‘tapsee’ (binnenland) door eerst
mee te gaan naar een clusterbijeenkomst in een dorp vrij dicht bij de
haven Atjonie, waar we een nacht bleven. Daar baadde ik me voor het
eerst in de rivier en wel in een sula (stroomversnelling met stenen/
rotsen)! En mijn eerste nacht in een hangmat vond daar plaats.
Het eerste bezoek aan Bofrokoele heb ik afgelegd met mw. Renata Renwick,
zij heeft mij verder ingeleid in het binnenlandse leven. Het was een
oriëntatieweek waarin ik ben gaan kijken in de klassen en kennis heb
gemaakt met een aantal leerkrachten. Het tweede bezoek was ook een
week en er is weer begeleiding met me mee gegaan.
De reis van Paramaribo naar Bofrokoele was in de maanden november en
december langer dan een dag! Wegens de lage stand van het water kwamen
we niet tot Bofrokoele maar moesten we overnachten. Op de dag van
vertrek stonden we vroeg in de ochtend, rond 7:00u, aan de
Saramaccastraat waar trucks geparkeerd staan om naar Atjonie te rijden.
We waren zo vroeg om een goede plek in de truck te vinden en nog een paar
boodschappen bij de Centrale Markt te doen: groenten en fruit. De weg
naar Atjonie toe is er een met bobbels en gaten, je zit niet stil
tijdens die trip! Het duurt zo’n vier uur voor je de haven bereikt.
In Atjonie komen de boten met buitenboordmotor aan, het zijn korjalen;
boomstammen. Daar moet je dan zoeken naar een boot die je zover mee
wilt nemen; Bofrokoele is bij laag water niet te bereiken in een dag
en in de regentijd duurt het vanaf Atjonie zo’n vier uur.
Tijdens mijn tweede bezoek samen met mw. Karin Verwey-King hebben we in
verschillende klassen kunnen invallen door afwezigheid van de
leerkracht. Ik heb een inventarisatie gemaakt van schoolspullen van
een van de klassen, om door te geven aan de SECON (Stichting Bahá’í
Sociaal Economische Ontwikkeling) wat er nog nodig is. Ik werk
trouwens voor de SECON dit jaar. Mijn derde bezoek heb ik alleen
afgelegd en duurde wel twee weken, hoera, ik ben het aan het leren. Ik
ging ‘alleen’, althans zonder een bekende. Tijdens die weken ben
ik begonnen met ‘bijscholing’ van de leerkrachten door materiaal
uit Ruhiboek 3 te gebruiken en een aantal formulieren voor de
voorbereiding van hun eigen lessen. Daarnaast gaf ik 3 dagen in
de week Nederlands aan geïnteresseerden. Daar kwamen met name jonge
moeders op af! Deze weken waren ‘echt’ waarin ik heb kunnen werken.
Ik ben inmiddels voor de vierde keer geweest en heb daar toen de
vasten helemaal meegemaakt. Ik ben door gegaan met de bijscholing en
de Nederlandse lessen en heb verschillende dagen voor een klas gestaan.
Dat laatste bezoek was dik drie weken. Ik ga proberen tijdens
negentiendaagsfeesten en/of heilige dagen in Bofrokoele te zijn om het
gemeenschapsleven te bevorderen.
Een aantal hoogtepunten die ik uit mijn dagboek heb gehaald:
·
Atjonie:
Er was een inham in de rivier waar boten aanmeerden, stamboten met een
motor er achter. Er stond een huisje; winkeltje waar we een heerlijke
koude soft haalden en we konden onder een afdak op een terrasje met
Parbo bier stoelen en tafeltjes gaan zitten. Er waren zo’n 10
jongens met tafelvoetbal bezig waarvan de meesten bootbestuurders
waren denk ik, wachtend op passagiers. Je kunt daar komen en tegen een
bepaalde prijs die je voor brandstof betaald en aan de bestuurder (booteigenaar)
betaald vragen of ze je ergens heen varen (taxi idee) maar er zijn ook
vaste trips voor een vaste prijs. Er waren twee hokken ‘toiletten’
van hout, hoog, waar je op moest klimmen en in een gat je behoeften
uitstorten...
·
Booteenheid:
Boten bij Atjonie vertrekken wanneer ze genoeg passagiers hebben... In
de tijd van laag water: ...onderweg in de korjaal kwamen we bij de
sula’s de boten weer tegen die een zwaardere motor hebben (sneller
zijn). De bemanning van die boten hielpen elkaar dan om die boot over
de sula te krijgen! ZWAAR werk! En dan mochten de vrouwen meestal nog
blijven zitten ook! Somst moest wel iedereen eruit en een stuk over de
rotsen lopen. De eenheid/ samenwerking was machtig om te zien! En de
boot die er overheen was ging niet meteen door hoor, pas als iedereen
er weer was. Dan voeren de snelle boten weer vooruit en zouden we
elkaar weer bij een sula tegen komen. Zo gauw het nodig was sprongen
de mannen uit de boot om aan de zijkant te trekken of te duwen, soms
met een touw erbij. Op blote voeten over stenen en dan niet precies
wetend hoe die stenen onder water liggen en toch in rap tempo die boot
over de sula zien te krijgen… Nauwkeurigheid is nodig! Samenwerking
tussen de bestuurder van de boot en de bemanning. Fantastisch.
·
We liepen door een ander dorp op weg naar Djumu. Er waren daar een
aantal vrouwen en kinderen buiten, ze zaten handwerk te doen en te
kletsen. Er was net een meisje
geboren en had nog geen naam. Wij werden gevraagd om haar een naam
te geven… Ze heet nu Luna (maan in het Spaans) …
·
Kinderen speelden in Bofrokoele met grote zwarte kevers. Ze hadden er een touwtje aan vast gemaakt en gooiden
de tor of kever weg zodat die ging vliegen. Dan renden ze achter die
tor met dat zwevende touwtje aan en pakten hem weer. ‘Zwrrrrrrrr’,
je hoorde de torren vliegen. Arme beesten. De (jongste) kinderen
hadden enorm plezier!
·
Ik heb mijn ogen uitgekeken naar wat jonge meisjes al kunnen dragen op hun hoofd, laat staan de vrouwen
met een grote volle teil afwas en een kind op de rug! En dan ook nog
langzaam het hoofd draaien om te groeten en naar beneden gaan en
omhoog klimmen bij de rivier!
·
‘Bakasee’
(Kostgrond)! We zijn donderdagochtend met Kemi mee gegaan naar haar
kostgrond! Zo’n 20 minuten lopen door het bos. De kostgrond is een
stuk oerwoud dat platgebrand is geweest en waar nu een hutje staat en
kasave, awarra bomen, cocospalmen, ananas, pinda's, bakabana's of
bakoven en andere planten/ kruiden/ bomen. Er moest onkruid gewied
worden, daar hebben we aan meegeholpen. Krom staan en alles wat groeit
eruit trekken, met behulp van een soort ploeg-schop. De volgende dag
wist ik weer dat ik spieren in mijn lijf heb! Au!! Er was een goeie
ananas! Even later komt Kemi met een dienblad met stukken ananas erop
aan! Mmmm, in de brandende zon, bezweet en onder het zand een stuk
zoete, verse ananas eten... Erick was meegegaan, een jongen uit de
derde klas. Hij ging een soort awarra's rapen (oranje ronde vruchten).
Kemi deelde haar awarra's met ons! Soms rende hij ineens naar achteren,
dan had hij weer awarra's horen vallen!
En al die weken dat ik niet in het binnenland ben, ben ik meestal te
vinden in het Bahá’í Centrum waar ik help met archiveren, vertalen,
voorbereiden van evenementen etc.
Op de zaterdagen komen de jongeren bij elkaar, we hebben een aantal
zaterdagen besteed aan het oefenen van de ‘Oneness-dance’ die over
de eenheid der religies gaat. Tijdens wereldreligiedag
eind januari 2002 hebben we met die dans opgetreden.
Kortom: het is een zeer verrijkende ervaring, ik leer anders
leven en de wereld beter kennnen!
O Zoon van het Bestaan!
Mijn liefde is Mijn burcht, wie daar
binnentreedt is veilig en beschut, wie zich afkeert zal zeker
verdwalen en teloor gaan.
O Zoon van Rechtvaardigheid!
Waarheen kan een minnaar anders gaan
dan naar het land van zijn geliefde? Welke zoeker vindt rust ver van
zijn hartsverlangen? Voor de ware minnaar betekent hereniging leven en
scheiding dood. Zijn ziel kent geen geduld en zijn hart geen vrede.
Honderdduizendmaal zou hij zijn leven willen geven om zich naar het
verblijf van zijn geliefde te spoeden.
|